Uitwerken van het concept 'Ecologische Schuld'


Een toepassing van het concept op de Belgische veeteeltsector


ir. Vanhove Wouter

Source: Acciůn Ecolůgica, www.deudaecologica.org

Het concept 'Ecologische Schuld' werd in het verleden vooral door NGO's uit ontwikkelingslanden gebruikt als tegenargument voor de financiŽle schuld die deze landen hebben aan de Wereldbank, het IMF en de regeringen van geÔndustrialiseerde landen. Het concept gaat er immers vanuit dat de huidige productie- en consumptiepatronen in industrielanden slechts historisch tot stand zijn kunnen komen door een systematische ecologisch ongelijke ruil. Dit betekent dat de milieuschade die door de extractie van grondstoffen uit het 'Zuiden' wordt veroorzaakt, niet in de marktprijs voor het uiteindelijke - voor het 'Noorden' bestemde - product wordt verrekend. Een concreet voorbeeld is de opwarming van de aarde door CO2 uitstoot door geÔndustrialiseerde landen. Ontwikkelingslanden zowel in de huidige, als in toekomstige generaties, dragen hiervan de gevolgen. Hoewel het concept niet de bedoeling heeft de ecologische schuld ten gelde te maken, is het nu reeds duidelijk dat de ecologische schuld de door het Noorden geclaimde financiŽle schuld ruim overstijgt. Belangrijker is echter een erkenning van deze schuld door het Noorden en daaruit voortvloeiend, het aanpassen van onze consumptie- en productiepatronen, zodat de ecologische schuld zich niet verder opbouwt.

Het onderzoek naar dit concept werd gecoŲrdineerd vanop het Centrum voor Duurzame Ontwikkeling (CDO - Universiteit Gent), en is een interdisciplinaire samenwerking tussen de Vakgroep Internationaal Milieurecht, het Laboratorium voor Tropische en Subtropische Landbouw en Etnobotanie en het CDO. Bovendien was het Vlaams Overleg Duurzame Ontwikkeling (VODO) actief bij het onderzoek betrokken als NGO-partner. Naast het algemeen uitwerken van het concept (inhoudelijk, definiŽring, wetenschappelijke subdomeinen, etc.) werd gekeken of het project in te passen valt in internationale milieu-akkoorden. Het concept werd verder toegepast op de Belgische energiesector (voor de klimaatsproblematiek) en op de Belgische veeteeltsector. Het Laboratorium voor Tropische en Subtropische landbouw nam dit laatste deel voor zich. Hierbij werd de historische en actuele stroom van veevoederproducten naar BelgiŽ geanalyseerd. Zo kwam aan het licht dat BelgiŽ voor het onderhouden van haar veeteeltsector tot tweemaal zoveel akkerland gebruikt in het buitenland als er in eigen land beschikbaar is. De totale hoeveelheid geÔmporteerde veevoeders is bovendien gestegen van 2 miljoen ton (1960) tot zo'n 7 miljoen ton (2000). Dit betekent een jaarlijks toename van ongeveer 140.000 ton. Onze veevoeders worden voornamelijk geproduceerd in BraziliŽ, ArgentiniŽ, Frankrijk, de VS en Canada. Hoewel de milieuschade op zich niet gekwantificeerd werd, kwam aan het licht dat ontbossing van het amazonewoud in BraziliŽ voor de productie van soja, wellicht de grootste deel uitmaakt van de ecologische schuld veroorzaakt door de Belgische veevoedersector. Een andere component van ecologische schuld is het onrechtmatig opeisen van de zgn. milieugebruiksruimte. Voor de klimaatsproblematiek gaat het over de absorptiecapaciteit van de atmosfeer voor CO2-uitstoot. Bij de analyse van de Belgische veeteeltsector werd onderzocht in hoeverre het gebruik van landbouwoppervlakte in het Zuiden naar 'ecologische', en bij uitbreiding 'duurzame' maatstaven billijk is. Een aantal alternatieve pistes voor de Belgische en Europese veeteeltsector worden voorgesteld.

Het (Engelstalige) rapport is in 5 afzonderlijke delen gratis down te loaden op de website van het CDO. Deel 4 behandelt de uitwerking van het concept voor de Belgische veeteeltsector.
De link naar het rapport bevindt zich
hier.